Chronisch zieken
Bij een chronische ziekte lijden mensen aan een onomkeerbare aandoening (al of niet met een duidelijke diagnose), zonder uitzicht op volledig herstel en met een variabel ziektebeloop, die hun dagelijks leven beïnvloedt. Het krijgen en hebben van een chronische aandoening brengt mensen in een opeenvolging van fases van onzekerheid, ontworteling, heroveren van de eigen identiteit en streven naar welzijn. Voor veel chronisch zieken gaat die onzekerheid nooit voorbij. De behoefte aan zorg en begeleiding verschilt per fase. Hierdoor verschilt ook de gewenste invulling van de rol van de zorgverlener.
Toename door vergrijzing
De overheid schat het aantal chronisch zieken in Nederland op 1,5 miljoen met 3 miljoen (chronische) kwalen. Patiëntenorganisaties komen op een nog veel hoger aantal uit. Volgens het RIVM zal het aantal chronische ziekten als direct gevolg van de vergrijzing in de komende jaren fors toenemen. In de periode van 2000 - 2020 wordt een stijging voorzien van 35%. Van de personen in de leeftijd van 55-64 jaar heeft 50% geen chronische ziekte. Boven de leeftijd van 75 jaar heeft nog maar een kwart van de ouderen geen chronische ziekte. Het hebben van meerdere chronische aandoeningen (=co-morbiditeit) komt in de leeftijd van 55-64 jaar bij 1 op de 7 personen (14%) voor. Boven de 75 jaar geldt dit voor 4 op de 10 personen (40%). Dit vertaalt zich ook naar de individuele behoefte aan zorg die iemand nodig heeft. Een 85-jarige ontvangt momenteel ongeveer tien maal zoveel zorg als een 60-jarige. Geschat wordt dat mensen met een chronische ziekte ongeveer 70% van de totale zorguitgaven beslaan.
Aandacht voor de volgende thema’s
Inhoudelijke thema’s die momenteel rond de organisatie van de medische zorg voor chronisch zieken extra aandacht krijgen, zijn:
- Preventie: betere voorlichting en opsporing van risicofactoren
- Integratie van het zorgaanbod: ketenzorg, disease management
- Zelfmanagement
- Vraaggestuurde (persoonsgerichte) zorgverlening.
Als onderdeel van de invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2006 wordt van chronische patiënten bovendien een aanpassing verwacht aan hun nieuw toegedachte rol. Zij zullen zich meer dan voorheen moeten ontwikkelen tot goed geïnformeerde, mondige, onafhankelijke, kiezende en (deels) zorginkopende zorgconsumenten.