Zorgsturing
‘Het Nederlandse zorgstelsel zal moeten verbeteren op de aspecten vraaggerichtheid, doelmatigheid en risicosolidariteit.’ Dit schrijft VWS op haar site Zorg aan zet .
Pas dan zal volgens het ministerie de zorg adequaat kunnen inspelen op een aantal ontwikkelingen die deels al zichtbaar en deels voorzienbaar zijn. Hieronder omschrijven we deze ontwikkelingen.
Vergrijzing
Als in 2010 de vergrijzing - en daarmee de vraag naar zorg - gedurende lange tijd in een hogere versnelling komt, zal de zorgverlening een grotere hap gaan nemen uit de collectieve koek. Dat stelt hoge eisen aan de doelmatigheid waarmee de zorg wordt verleend. Een centraal door de overheid gestuurd systeem, zoals nu, kan die doelmatigheid onvoldoende leveren.
Klantgerichtheid
Burgers/verzekerden worden welvarender, mondiger en zijn steeds beter geïnformeerd. De hiervoor benodigde klantgerichtheid kan niet geleverd worden in een centralistisch stelsel. In de organisatie van de zorg zijn al volop veranderingen zichtbaar om op de veranderende wensen in te spelen.
Solidariteit
De toekomst stelt ook hogere eisen aan de risicosolidariteit van ons zorgstelsel. De vergrijzing veroorzaakt in de zorgverzekering een verschuiving in de richting van de ongunstige gezondheidsrisico's. Daarnaast is de toenemende kennis van het menselijk genoom een niet te onderschatte ontwikkeling waardoor de voorspellende geneeskunde aan belang zal winnen. Ook dit stelt hogere eisen aan de risicosolidariteit van ons zorgstelsel.
Oplossing: decentraliseren en dereguleren
Door de wetten die nu nog centraal het zorgaanbod regelen en door de lappendeken die ons zorgverzekeringsstelsel is, komen vraaggerichtheid, doelmatigheid en risicosolidariteit in het licht van de genoemde ontwikkelingen, steeds meer in de knel. Door het decentraliseren en dereguleren van de aanbodwetgeving en door de invoering van een algemene verzekering, wil het kabinet het Nederlandse zorgstelsel toekomstbestendig maken.
Zelfregulering
De zorgsector moet een zoveel mogelijk zelfregulerend systeem worden, met daarin prikkels voor zowel verzekerden, verzekeraars als zorgaanbieders. Dat zelfregulerende karakter moet er ook voor zorgen dat de zorg doelmatig verleend wordt en tegemoetkomt aan de vraag. Dit vraagt om een nieuwe balans in de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de overheid en de maatschappelijke organisaties in de zorgsector (de verzekeraars en de aanbieders) en om een versterking van de positie van de zorgvrager/verzekerde
Verzekering als instrument voor zorgsturing
Verder is het kabinet van plan, een algemene verzekering op te zetten, die dan allereerst de noodzakelijke zorg dekt die nu in het tweede compartiment verzekerd is, om vervolgens verbreed te worden met de daarvoor in aanmerking komende zorg uit het eerste compartiment. Daarvoor zal de nieuwe algemene verzekering op termijn integreren met de bestaande Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Voor het pakket hebben risicodragende verzekeraars een acceptatieplicht en geldt een verbod op premiedifferentiatie. Voor het tegengaan van risicoselectie is er een systeem van risicoverevening tussen verzekeraars. Naast de acceptatieplicht heeft de verzekeraar een zorgplicht. De verzekering heeft een publiekrechtelijk karakter en kent een privaatrechtelijke uitvoering. Winstoogmerk is daarbij toegestaan.
Een aantal elementen van de verzekering staat nog niet vast, zoals de vormgeving van een systeem van verplichte en/of vrijwillige eigen betalingen en de premiestructuur, mede in relatie tot koopkrachtreparatie. De premie dient in ieder geval een nominaal deel van voldoende omvang te bevatten.